tweehonderdtwintig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərˈtwɪntəx/

Betekenis

telwoord
  1. "220", het getal tussen tweehonderdnegentien en tweehonderdeenentwintig, tweehonderd plus twintig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderdtwintig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdtwintig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 220 is aangeduid
    Als jij tweehonderdtwintig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 220 eenheden
    Die tweehonderdtwintig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-vingt
Duitszweihundertzwanzig
Italiaansduecentoventi