tweedekker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (luchtvaart) vliegtuig met twee vleugels boven elkaar
- bus met twee verdiepingen
- (scheepvaart) schip met twee dekken
Etymologie
*Samenstellende afleiding van twee en dek
Vertalingen
Spaansbiplano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek