Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tweede paasdag
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) de dag die volgt op paaszondag.Op tweede paasdag gaan veel mensen naar de meubelboulevard.
Etymologie
*(coll)
Vertalingen
Duitszweiter Ostertag, zweiter Osterfeiertag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek