tweebaansweg

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een weg met één rijbaan en twee rijstroken voor verkeer in beide richtingen
    De heteluchtballon landde midden op de tweebaansweg in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Tubantia 07-07-18 [https://www.tubantia.nl/buitenland/mankement-aan-gasbrander-dwingt-ballonvaarder-tot-landen-op-snelweg~a5d6ce50/ Mankement aan gasbrander dwingt ballonvaarder tot landen op snelweg]
    De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS.

Vertalingen

Engelstwo-lane road