tweeënveertig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwejəɱˌvertəx/

Betekenis

telwoord
  1. "42", het getal tussen eenenveertig en drieënveertig, veertig plus twee
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweeënveertig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave tweeënveertig is toevallig ook "42".
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 42 is aangeduid
    Het is weer de tweeënveertig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Haar drieënveertigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de tweeënveertig eenmaal voorbij was.
  2. groep van 42 eenheden
    De tweeënveertig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Vertalingen

Engelsforty-two
Fransquarante-deux
Duitszweiundvierzig
Italiaansquarantadue
Russischсорок два