tweeëntwintig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwejənˌtwɪntəx/

Betekenis

telwoord
  1. "22", het getal tussen eenentwintig en drieëntwintig, twintig plus twee
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweeëntwintig euro en zevenendertig cent.
  3. om een leeftijd aan te geven
    Nu staat hij bij het lichaam van de kleine Louis. Hij ligt met gebalde vuisten tegen zijn mond, wat ziet hij er idioot jong uit, wat is hij helemaal, tweeëntwintig. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  4. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave tweeëntwintig is "42".
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 22 is aangeduid
    Het is weer de tweeëntwintig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Haar drieëntwintigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de tweeëntwintig eenmaal voorbij was.
  2. groep van 22 eenheden
    De tweeëntwintig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Vertalingen

Engelstwenty-two
Fransvingt-deux
Duitszweiundzwanzig
Spaansveintidós
Italiaansventidue
Russischдвадцать два
Zweedstjugotvå