tweeënhalf
/ˌtwejənˈhɑlᵊf/
Betekenis
telwoord
- (breukgetal) de breuk 2½; twee en een halfHij is na tweeënhalf jaar gestopt.Ik ben tweeënhalve kilo aangekomen.
Etymologie
* samenstelling van twee, en en half
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* samenstelling van twee, en en half