tv

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. initiaalwoord, afkorting (initiaalwoord), (afkorting) de afkorting voor televisie
  2. techniek (techniek) een elektrisch apparaat om bewegende beelden en geluid te ontvangen
    In de woonkamer staat een tv.
    In een dorp waar ze je bij je naam noemen bij de bakker en de slager, gewoon omdat je daar vaak komt, niet omdat ze je van tv kennen.
    Binnen de hut was de tijd meer dan 50 jaar stil blijven staan en er was dan ook geen tv of wifi.
  3. een programma dat op dit apparaat getoond wordt
    Deze nieuwe samenwerking kan mooie tv opleveren.
  4. het communicatiemedium
    Wat is er op tv?

Etymologie

*Het is een initiaalwoord uit televisie.

Vertalingen

Engelstelevision set
Franstéléviseur
DuitsFernsehapparat, Glotze, TV
Spaanstelevisor
Italiaanstelevisore
Poolstelewizja