tussenmuur

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een (dunne) binnenmuur tussen twee ruimtes of twee gebouwen
    Op de gang klonken voetstappen die zich haastig verwijderden en in de belendende kamer begon iemand te huilen of te gillen; het geluid scheen zeer luid, maar mogelijk was de tussenmuur alleen maar dun; plotseling hoorde ik een voorwerp of een lichaam op de grond ploffen, met een dreunende bons.