turftrapper

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer stevige, grote, lompe, lelijke schoen
    Als Roulin met zware postzakken zeult en afgesnauwd wordt door zijn superieuren, of in een benauwd kantoortje naar zijn voeten staart en zich afvraagt waarom hij bij deze hitte in godsnaam van die enorme turftrappers aan moet, is er altijd een tweede Roulin die licht als van veertje, vrij als een vogel in de lucht, doet waar hij zin in heeft - absint drinken, uit volle borst de Marseillaise zingen, of met geparfumeerde baard door het stadje flaneren. NRC Manet van Montfrans 7 februari 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/02/07/met-de-zon-op-weg-naar-tarascon-de-hersenschimmen-7132107-a698433 Met de zon op weg naar Tarascon; De hersenschimmen van Pierre Michon]
  2. mensen die voor hun levensonderhoud werken in het veen
    Dan stonden er lokomobielen voor die turftrappers. Dat was fantastisch om te zien, en heel vreemd, die vuren. Koos Schuur heeft er een beroemd gedicht over geschreven dat die hele atmosfeer goed weergeeft: ”Herfst, hoos en hagel'. NRC Janet Luis 23 juli 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/07/23/het-begin-is-altijd-het-moeilijkst-het-eind-ook-trouwens-7190352-a276029 Het begin is altijd het moeilijkst; Het eind ook trouwens]