turf

mannelijk (de)/ˈtʏrᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veen als brandstof
  2. dik boek
  3. groep van vijf streepjes
  4. gestolen goed
  5. geld, portemonnee
  6. renbaan

Etymologie

* [4, 5] Herkomst: Bargoens

Vertalingen

Engelspeat
Franstourbe
DuitsTorf
Spaansturba
Italiaanstorba
Portugeesturfa
Russischторф
Poolstorf
Zweedstorv
Deenstørv