tunnelboormachine

vrouwelijk (de)/ˈtʏnəlˌbormaˌʃinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. apparaat met ronddraaiende beitels dat een ondergrondse gang graaft
    Dit jaar zal vooral worden gewerkt aan de toeritten, de productie van de tunnelsegmenten en de bouw van de tunnelboormachine, die als alles volgens plan verloopt, in het begin van 2013 begint te boren.
    Als geologisch bewijs voor zijne contistentie {{sic!|consistentie

Etymologie

*, aangetroffen vanaf 1871 (zie vindplaats hieronder)