tunica
vrouwelijk (de)/ˈtyniˌka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding), (geschiedenis) oud-Romeins onderkleed
- (religie), (kleding) misgewaad van een subdiaken
- membraan [1], omhullend vlies
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gewaad’ voor het eerst aangetroffen in 1734
Vertalingen
Engelstunic
Franstunique
Spaanstúnica
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek