tumtum
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) snoepgoed van gekleurde kleine pepermuntjes, chocoladeflikjes en gumballetjes
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snoepgoed’ voor het eerst aangetroffen in 1920
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek