tulp

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtʏlᵊp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) plant uit het geslacht . Tulpen werden in de westelijke wereld geïntroduceerd door de Weense ambassadeur voor Turkije, , die over de bloemen schreef die hij in 1551 in het Turkse had gezien. Later zond hij enkele zaden ervan naar Oostenrijk
    Het gazon was omzoomd door een border vol tulpen.
  2. bloemplanten (bloemplanten) een bloem van een plant uit het geslacht Tulipa
    Hij bracht een bosje tulpen mee, om het goed te maken.
  3. RCA; type kabel dat gebruikt wordt om mono-audio en composiet-video aan te sluiten

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1581

Vertalingen

Engelstulip, RCA
Franstulipe
DuitsTulpe
Spaanstulipán
Italiaanstulipano
Russischтюльпан
Chinees鬱金香, 郁金香
Japansチューリップ
Koreaans튤립
Turkslale
Zweedstulpan