tul
mannelijk/vrouwelijk (de)/tʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textielindustrie) fijn netvormig weefselMen ontkleedde de stronk en een klassicist versierde het benedenlichaam met witte tul.Elk hunner hield voor zich een vierkant raam, waarover een stuk tul of geweven kant gespannen was, en daarop borduurden zij, met naald en draad, allerlei bloemen en loofwerk.
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) (verouderd) iemand die te veel drinkt(…) Wert ghy Vrindelijck Gebeen,Ter Begravenis te komenMet het Lijck vry sonder schroomenVan Fransje de droncke Tul,Och! hy is nu doot dien Sul.
zelfstandig naamwoord
- bolvormig voorwerp waarop baby's kunnen zuigen met daaraan een schijf die op de lippen blijft rusten en zo inslikken voorkomt
Etymologie
*[B] van "tullen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek