tuinsproeier

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaat dat wordt gebruikt om gewassen te bevochtigen in tuinen
    ze parkeerden hun auto’s in de garage en maakten avondeten, speelden op straat en verzorgden de planten en lieten de tuinsproeier de hele zomer aanstaan om te voorkomen dat de hitte het grasveld verschroeide
    In het noorden van Duitsland is het treinverkeer vanochtend gestremd geweest door een tuinsproeier. In een huis langs het spoor tussen Flensburg en Lübeck stond een sproeier verkeerd afgesteld. De waterstraal kwam op de bovenleiding.

Vertalingen

Engelslawn sprinkler, garden sprinkler