tuinkabouter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stenen of kunststof beeld van een kabouter dat in de tuin wordt geplaatst, vooral ter versiering
    Het begon met de tuinkabouters en ganzen die hij opmerkte in voortuinen in zijn woonplaats Eemdijk. Fotograaf Daniel Koning (1940) bedacht iets te doen met de manier waarop Nederlanders hun woningen personaliseren. NRC Sabeth Snijders 30 november 2016
  2. pejoratief (pejoratief) wereldvreemde idealist
    Tuinkabouter Bram van Ojik trekt de stekker eruit en geeft het snoertje door aan Jesse "Snotneus" Klaver.[https://www.geenstijl.nl/4426631/lol_nu_is_het_helemaal_een_kinderspeelhoek/ Snotneus Klaver neemt Autohaterspartij over], GeenStijl, 12 mei 2015