tuinbouwer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, landbouw (beroep) (landbouw) Iemand die een tuinbouwbedrijf heeft.
    In Vlaanderen wordt de term bloemist ook gebruikt voor de tuinbouwer die bloemen teelt in kassen, en ze via de groothandel verdeelt.

Vertalingen

Engelshorticulturist
Franshorticulteur
DuitsGartenbauer
Spaanshorticultor, hortelano, horticulturista
Zweedsträdgårdskultiverare