tuinboon
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtœymbon/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort wikke met eetbare bonen
- (groente) grote bonen van met veel vitamine C en B
Vertalingen
Engelsbean
Spaanshaba, haba común, haba mayor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek