tui
mannelijk/vrouwelijk (de)/tœy/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kabel die gespannen wordt om iets dat rechtop staat meer stevigheid te geven.
Etymologie
*afgeleid van "tuien" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelsbrace, cramp-iron
Spaansestay, tirante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek