tufsteen

/ˈtʏfsten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lichte, poreuze, vulkanische steensoort
    Van Pou Hakanononga, de god van de tonijnvissers, raakte onlangs bekend dat het uit de veertiende eeuw dateert en daarmee het oudste tot nog toe bekende beeld van het Paaseiland is. In een pittoresk zwart-witfilmpje werd het transport vastgelegd: van de Rana Rarakuvulkaan, de groeve die de tufsteen leverde en later uitgroeide tot een rituele plek, naar het Belgische zeilschip de Mercator.de Standaard 20 november 2017
    In de bouwput waar de gemeente binnenkort 40 appartementen en horeca laat bouwen, kwam veel tufsteen naar boven. Daarmee bouwden de Romeinen ook.Tubantia Jan Belt 8 juni 2015

Etymologie

* van Middelnederlands "tufsteen", op te vatten als

Vertalingen

Engelstuff, dust tuff, volcanic tuff
Spaanstoba, tofo, tosca