tube
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtybə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verpakking in kokervorm gemaakt van metaal of plastic gevuld met een halfvloeibare stofDe tube werd gebruikt voor tandpasta.
- een fietsband waarin de binnenband in de buitenband genaaid zit
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buisje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1624
Vertalingen
FransTube
DuitsTube
PortugeesBisnaga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek