tube

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtybə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verpakking in kokervorm gemaakt van metaal of plastic gevuld met een halfvloeibare stof
    De tube werd gebruikt voor tandpasta.
  2. een fietsband waarin de binnenband in de buitenband genaaid zit

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buisje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1624

Vertalingen

FransTube
DuitsTube
PortugeesBisnaga