tsunami
mannelijk (de)/tsuˈnami/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een grote vloedgolf door een aardbeving veroorzaaktIn dat gebied was laatst een grote tsunami.
Etymologie
*Afkomstig van het Japanse 津波 (tsunami, "tsunami") van 津 (tsu, "haven") en 波 (nami, "hoge golf").
Vertalingen
Engelstsunami
Franstsunami
DuitsTsunami
Spaanstsunami
Italiaanstsunami, maremoto
Portugeestsunami
Russischцунами
Japans津波, 津浪
Arabischتْسُونَامِي
Turkstsunami
Poolstsunami
Zweedstsunami, flodvåg
Deensflodbølge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek