trompetbloem

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant, uit de trompetboomfamilie ()
  2. plantkunde (plantkunde) benaming voor bladverliezende, verhoutende klimplanten uit het geslacht , die vooral gedijen in subtropische en ; in gematigde streken zijn ze winterhard bij teelt tegen een warme muur.