trocheus

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letterkunde (letterkunde) versvoet van een beklemtoonde lettergreep, gevolgd door een onbeklemtoonde

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘versvoet (lang-kort)’ voor het eerst aangetroffen in 1734

Vertalingen

Spaanstroqueo