tritonshoorn

mannelijk (de)/ˈtritɔnsˌhorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. buikpotigen (buikpotigen) buikpotig weekdier
  2. muziekinstrument (muziekinstrument) de spiraalvormige schelp van voornoemd weekdier; er kan op worden geblazen om geluid voort te brengen