triomferen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) de overwinning (triomf) behalen of behaald hebben, zegevierenEr werd die dag getriomfeerd.'Daar stonden ze, helm aan helm, geweer aan geweer, als in steen gehouwen. Ik werd met trots vervuld dat ik het bevel mocht voeren over een handvol mannen die mogelijk in stukken konden worden gereten maar zich niet lieten overwinnen. Op dit soort momenten triomfeert de menselijke geest over de enorme kracht van de materie.
Etymologie
*afgeleid van het Franse triompher ()
Vertalingen
Engelstriumph
Franstriompher
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek