trens

mannelijk (de)/trɛns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbeheer (waterbeheer) sloot, met name een die de grens tussen twee plantages markeert
    Aan de Indira Gandhiweg ter hoogte van Fernandes Bottling is vrijdagmiddag een lijk in de trens ontdekt door een oplettende voorbijganger.[http://www.dwtonline.com/laatste-nieuws/2013/11/15/lijk-aangetroffen-in-trens/ De Ware Tijd 15 nov 2013]
zelfstandig naamwoord
  1. verstevigd oog, knoopsgat of rand van een stuk weefsel
  2. paardrijden (paardrijden) een eenvoudig soort bit bestaande uit twee ringen en een verbindingsstuk. [http://www.bokt.nl/wiki/Trens bokt.nl]
  3. sport (sport) (boogschieten) de extra omwikkeling van de pees van een boog waar de pijl genokt wordt[http://www.handboogverenigingodysseus.nl/Lessen/de%20basisuitrusting.htm handboogvereniging Odysseus]

Etymologie

*[B] van "trenza"