trendwatcher

mannelijk (de)/ˈtrɛntwɔtʃər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die observeert wat in de mode is en probeert te voorspellen wat in de mode komt
    Trendwatcher Vincent van Dijk heet ons welkom bij deze 'korte vakantie van twee uur'. En hij heeft goed nieuws: "Chardonnay mag weer. We beginnen een positieve campagne, zodat je weer schaamteloos chardonnay kunt bestellen, zonder je te verstoppen voor je wijnvrienden."Het Parool H. van der Beek 11 mei 2018 [https://www.parool.nl/stadsgids/op-alleen-chardonnay-kun-je-niet-leven~a4598083/ Op alleen chardonnay kun je niet leven ]
    Volgens trendwatcher Mabel Nummerdor is de Zomerweek niet voor niets een vast item op de festivalkalender. Het haakt prachtig aan op verschillende trends. De multi-generatietrend bijvoorbeeld. "We gaan steeds vaker met familieleden op stap. Dat zie je niet alleen bij festivals maar ook bij reizen."Tubantia E. Oomen 20 mei 2018 [https://www.tubantia.nl/binnenland/op-het-perron-hoor-je-al-goh-gaan-jullie-ook-weer~a49fc244/ 'Op het perron hoor je al: goh, gaan jullie ook weer? ]
    De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.

Etymologie

* trendwatchen