trektijd
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van het jaar dat vogels en andere dieren zich verplaatsen van de ene naar de andere deel van de aarde
- tijd die men nodig heeft om een aftreksel te maken van een vaste stof die men in een vloeistof gedoopt houdt; de tijd die men nodig heeft voor het trekken van thee
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek