trektijd

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de periode van het jaar dat vogels en andere dieren zich verplaatsen van de ene naar de andere deel van de aarde
  2. tijd die men nodig heeft om een aftreksel te maken van een vaste stof die men in een vloeistof gedoopt houdt; de tijd die men nodig heeft voor het trekken van thee