trekpaard

onzijdig (het)/ˈtrɛkpart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paardrijden, verkeer (paardrijden) (verkeer) paard dat een voertuig trekt
    Schaarbeek is de eerste Belgische gemeente die paarden inzet bij de ophaling van afval. De twee Ardense trekpaarden die de gemeente heeft aangekocht en enkele maanden heeft voorbereid op die taak, zullen voortaan ingeschakeld worden om een deel van de 800 openbare vuilnisbakken in de gemeente leeg te maken.

Etymologie

*Samenstelling van trek (van 'trekken') en paard.

Vertalingen

DuitsZugpferd
Spaanscaballo de tiro