trapezoïde
vrouwelijk (de)/traˌpezoˈwidə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meetkunde) vierhoek met twee evenwijdige zijdes
- (verouderd) (meetkunde) vierhoek zonder evenwijdige zijdes
Etymologie
* afleiding van trapezium
Vertalingen
Engelstrapezoid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek