trapezoïde

vrouwelijk (de)/traˌpezoˈwidə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meetkunde (meetkunde) vierhoek met twee evenwijdige zijdes
  2. verouderd, meetkunde (verouderd) (meetkunde) vierhoek zonder evenwijdige zijdes

Etymologie

* afleiding van trapezium

Vertalingen

Engelstrapezoid