transversaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lijn die of vlak dat een stelsel van lijnen of vlakken snijdt
  2. verwant in de zijlinie
  3. dwars, overdwars gaand
  4. een richting hebbend loodrecht op een andere richting, of die andere richting onder een bijna rechte hoek snijdend
  5. natuurkunde (natuurkunde) (van een golfbeweging) met de amplitude loodrecht op de voortplantingsrichting

Etymologie

*afgeleid van transvers

Vertalingen

Franstransversal
Spaanstransversal