transversaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lijn die of vlak dat een stelsel van lijnen of vlakken snijdt
- verwant in de zijlinie
- dwars, overdwars gaand
- een richting hebbend loodrecht op een andere richting, of die andere richting onder een bijna rechte hoek snijdend
- (natuurkunde) (van een golfbeweging) met de amplitude loodrecht op de voortplantingsrichting
Etymologie
*afgeleid van transvers
Vertalingen
Franstransversal
Spaanstransversal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek