transmissie

vrouwelijk (de)/trɑnsˈmɪsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) constructie waarmee de beweging van een aandrijvend onderdeel wordt overgebracht naar een aangedreven onderdeel, zodat de gewenste richting, snelheid en kracht van de beweging van dit aangedreven onderdeel zo efficiënt mogelijk bereikt wordt
  2. medisch (medisch) blootstelling aan een ziektekiem
  3. telecommunicatie (telecommunicatie) overzending van gegevens van een zender naar een ontvanger
  4. natuurkunde (natuurkunde) doorlating van straling of golven

Etymologie

*van Latijn "transmissio" "overtocht", in de betekenis van ‘overbrenging’ voor het eerst aangetroffen in 1553

Vertalingen

Engelstransmission
Spaanstransmisión