transistorradio
mannelijk (de)/trɑnˈzɪstɔˌradijo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektronica) toestel dat uitgezonden radiogolven via schakelingen van halfgeleiders kan omzetten in geluid, vooral gebruikt voor de draagbare uitvoering die dankzij de toepassing van halfgeleiders mogelijk werdHet ultieme zomergevoel in de jaren zestig was op het strand of aan het zwembad luisteren naar de transistorradio.
Vertalingen
Spaanstransistor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek