transgender

mannelijk/vrouwelijk (de)/trɑnsˈxɛndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lhbt, sociologie (lhbt) (sociologie) iemand van wie het gender niet overeenkomt met het biologische geslacht dat bij de geboorte werd aangenomen
    Tijdens de selectierondes had ik niet gezegd dat ik transgender ben, terwijl het mij misschien had verzekerd van deelname. Dat wilde ik niet, ik wilde weten wat ik waard was. Vrouw zijn was nooit vanzelfsprekend, dit was het ultieme doel.
    Milan identificeert zich als ‘transgender’, iemand die niet makkelijk in een hokje ‘man’ of ‘vrouw’ past. ‘Op formulieren waar je “m” of “v” moet invullen,’ vertelt Milan, ‘zet ik een rondje om “m/v”.’

Etymologie

*afgeleid van gender