track

mannelijk (de)/trɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoor [4], afdruk
    Een track van de route.
  2. muziek (muziek) nummer van een album of single

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘spoor van magneetband’ voor het eerst aangetroffen in 1966