traanbuis

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een buisvormig orgaan dat overtollig traanvocht afvoert naar het neusslijmvlies
    Een verstopte traanbuis bij pasgeboren baby's, ook wel dacryostenose genoemd, is een aangeboren afwijking.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelstear duct
Fransconduit lacrymal
DuitsTränennasengang
Spaansconducto lagrimal