totaalplan

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een allesomvattend plan
    Het werd nooit met zekerheid bekend wie opdracht gaf voor de Pacificatie van Praga of in welke vorm generaal Suvorov die ontving; sommigen vermoedden dat Catharina persoonlijk het bevel uitvaardigde, maar anderen geloofden dat Fjodor Kuprin het uitschreef als onderdeel van zijn totaalplan voor de Definitieve Deling: 'Leer die Poolse varkens een lesje.
    'We hebben in heel kort tijdsbestek een plan gemaakt voor de Rabobank hoe zij in de breedte de KNWU en de wielersport zouden kunnen helpen,' zegt Atsma. 'Daar zat dus het totale Wielerplan aan vastgekoppeld. Een totaalplan voor alle categorieën.