tornen
/ˈtɔrnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit
- (inerg) (figuurlijk) met kleine stapjes afbreuk doen aan een bestaande instelling of regelDaaraan mag niet getornd worden.
- (ov) laten draaien, doen wentelen
Etymologie
*[B]: via Middelnederlands "tornen", van "tourner" of Latijn "tornare"
Vertalingen
Russischотпарывать, пороть, распарывать
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek