tornen

/ˈtɔrnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit
  2. inerg, figuurlijk (inerg) (figuurlijk) met kleine stapjes afbreuk doen aan een bestaande instelling of regel
    Daaraan mag niet getornd worden.
  3. ov (ov) laten draaien, doen wentelen

Etymologie

*[B]: via Middelnederlands "tornen", van "tourner" of Latijn "tornare"

Vertalingen

Russischотпарывать, пороть, распарывать