topscorer

mannelijk (de)/'tɔpskorər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die de meeste doelpunten heeft gemaakt in een wedstrijd of serie wedstrijden
    Ronaldo pakte met Real de Spaanse titel en loodste de Koninklijke met twee doelpunten naar Champions League-winst in de finale tegen Juventus. In die competitie werd hij bovendien topschutter. Messi kroonde zich dan weer tot topscorer van de Primera Division met 37 goals, tegenover ‘slechts’ 25 treffers van Ronaldo.de Standaard 04/DECEMBER/2017
    Een unieke elftalfoto van het seizoen 1981-1982 bij PSV, waarop de beste topscorers aller tijden in de eredivisie Ruud Geels (linksonder, gehurkt, 265 goals) en Willy van der Kuijlen (vierde van links, midden, 311 goals) samen staan.Tubantia Rik Elfrink 08-DECEMBER-17

Vertalingen

Engelstop scorer