topograaf
mannelijk (de)/topo'ɣraf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (aardrijkskunde) peen persoon die geografische gegevens ter plaatse -in het terrein- inwint, verifieert en vastlegt
- (medisch) een instrument dat een zeer nauwkeurige driedimensionale scan maakt van de kromming van het hoornvlies
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'topos' (plaats)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek