topkok

mannelijk (de)/ˈtɔpkɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hele goede kok; een van de beste koks
    Ik hou van ambachtelijk gemaakte snacks. Of ik nou in Japan ben of in Londen: ik ga altijd op zoek naar streetfood. In ons land maken veel bedrijven hun eigen snacks: neem Bram Ladage of Holtkamp. Je ziet dat zelfs topkok Sergio Herman, tegen wie ik erg opkijk, zich met ambachtelijke snacks bezighoudt. Tubantia E. den Hollander 22 juni 2018 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/tv-kok-danny-jansen-soms-word-ik-moe-van-dat-gezond-heids-ge-doe~a48cc1a0/ Tv-kok Danny Jansen: Soms word ik moe van dat gezondheidsgedoe]
    'Wij willen een mooie geschiedenis voortzetten', zegt Patrick Henriroux van sterrenrestaurant La Pyramide in Vienne. Zijn zaak werd in 1923 geopend door Fernand Point, een culinaire legende die Paul Bocuse en andere topkoks opleidde.