toonhoogte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaalKinderen kunnen nog een toonhoogte van 20 kHz horen.
- (muziek) de relatieve afstand van een toon ten opzichte van een andere toonLet erop dat tijdens het zingen de toonhoogte niet lager wordt.
Vertalingen
Engelspitch
Franshauteur (f) tonale
DuitsTonhohe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek