tontine

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lijfrente die uitbetaald wordt aan de overlevende deelnemers
  2. regeling tussen samenwonenden partners die het eigendom van een goed vastlegt als een van de partners sterft
    Een tontineclausule werd vroeger vaak gebruikt tussen samenwonenden, gezien zij geen automatisch erfrecht hadden en de successierechten tussen hen ook erg hoog lagen (vroeger tarief vreemden tussen 45 en 65 %). Tussen gehuwden was een tontine minder nuttig omdat gehuwden sowieso aan lage tarieven konden erven (vanaf 3 % tot 27 %).

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelstontine