tokkelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die gitaar speelt
    Een mooie ondertoon, dat wel, dank zij Massi's engelachtige stem en de bijna perfecte begeleiding van strijkers, tokkelaars en lichte percussie. In de titelsong en `Tell me Why' belandt ze in de buurt van kitsch maar dat is het risico van gevoelige liedjes. NRC Frans van Leeuwen 5 november 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/11/05/souad-massi-11038820-a793791 Souad Massi]
    De speler kan zijn klank haast tot in het oneindige manipuleren, en blijft tegelijk als tokkelaar lichamelijk nauw verbonden met het geproduceerde geluid. Hijmans: „De elektrische gitaar is elektrisch en fysiek tegelijk. Met het intieme van de schootharp, maar dan elektrisch uitvergroot.” NRC Jochem Valkenburg 24 september 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/09/24/een-eigen-festival-voor-de-elektrische-gitaar-11398128-a1334509 Een eigen festival voor de elektrische gitaar]

Etymologie

* van tokkelen