toiletspray
mannelijk (de)/twɑˈlɛtspre/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geurstof uit een spuitbus om een wc prettiger te laten ruikenHaar man stommelt tussen de platen en terwijl hij zoekt, gaat zij nog even naar het toilet. Al de hele avond hangt er een doordringende geur van toiletspray in de wat popperige woning.
- spuitbus met geurstof om een wc prettiger te laten ruikenDan deel ik toiletspray uit voor de ongelukkigen die een kaartje hebben gekocht voor City 3.
Etymologie
* aangetroffen in advertenties vanaf 1968 [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010538899:mpeg21:a0020 advertentie in: Limburgsch Dagblad jrg. 50 nr. 256 (26 augustus 1968)]; p. 8 kol. 10; geraadpleegd 2019-02-11
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek