toezicht

onzijdig (het)/ˈtuzɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in de gaten houden, het letten op
    Rijkswaterstaat heeft de Ketheltunnel in de A4 bij Schiedam vanochtend rond 06.45 uur in beide richtingen afgesloten. Door ziektegevallen waren er geen mensen om toezicht op de tunnel te houden.
    De deelnemers - die van vrije afkomst moesten zijn - werden geacht minstens een maand van tevoren in Elis te verschijnen, waar zij onder toezicht van de juryleden (hellanodikai, letterlijk: scheidsrechters der Grieken) trainden.
    De deelnemers - die van vrije afkomst moesten zijn - werden geacht minstens een maand van tevoren in Elis te verschijnen, waar zij onder toezicht van de juryleden (hellanodikai, letterlijk: scheidsrechters der Grieken) trainden.

Vertalingen

DuitsAufsicht
Spaanscontrol, inspección, vigilancia