toewerpen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) iets in iemands richting gooien
    Hij kreeg van zijn rivaal de handschoen toegeworpen.
  2. een blik toewerpen: indringend naar iemand kijken
    Het was zo'n onschuldige opmerking dat van iedereen in de kamer alleen Oscar en Ingeborg onraad vermoedden en elkaar snel een waarschuwende blik toewierpen.